Skip to main content

Wie met een goed voorstel komt, zoals overstappen op gifvrije bloemen, hoopt natuurlijk dat iedereen zegt: ‘Goed idee, doen we’. De praktijk is meestal anders. ‘Mag dat dan ook al niet?’ was een van de eerste reacties, toen ik in onze gemeente het thema gifvrije bloemen ter sprake bracht. ‘Er zijn wel belangrijker zaken om je druk over te maken,’ reageerde een goede vriend van me. Een ander vroeg: ‘Waar koop je ze dan? Ze zijn natuurlijk veel duurder, minder mooi en blijven minder lang staan’. Een vierde vond ‘dat het toch niet helpt, ze doen toch wat ze willen’.

Vier soorten reacties, vier soorten weerstand. Hoe ga je daarmee om? Hoe krijg je draagvlak? De eerste reactie, ‘mag dat dan ook al niet’, is er een van verlies. Er mag zoveel niet, je mag niet meer roken, niet meer drinken, geen foute grappen meer maken, niet teveel spullen kopen, je moet al zoveel. Een manier van reageren is helemaal gelijk geven: ‘Ja, ik baal daar ook ontzettend van. Het liefst koop ik ook gewoon de bloemen die ik mooi vind. Het is dan ook schandalig dat dat niet gewoon kan, dat ik daarover na moet denken’.

Ernaast staan

En dat is ook zo, we willen het liefst gewoon doen wat we altijd deden. ‘Als iets anders moet, dan is er best een goede reden voor, maar daar heb ik geen zin in. Ze zoeken het maar uit. Het zal mijn tijd wel duren.’ Door zelf mee te gaan in die verontwaardiging, door woorden te geven aan frustratie en woede, neem je weerstand weg. Je gaat niet tegenover de persoon staan, je gaat ernaast staan. Samen maak je je druk om dingen die fout zijn. Samen baal je ervan dat dingen niet meer kunnen. En wie weet, kom je samen tot andere keuzes.

Ruimte om keuzes te maken

Het tweede is het belang. Hoe belangrijk zijn gifvrije bloemen? Natuurlijk zijn er belangrijker dingen. Er is helaas veel onrecht op de wereld. Ook kan je je om veel dingen druk maken, dictators, idiote wereldleiders, massamoorden, zinloos gekakel op sociale media. Of, dichter bij huis, je partner die je voor schut zet, buren die overlast veroorzaken, familieleden of ouders die je niet meer zien staan. Inderdaad, als je eigen directe omgeving niet oké is, je eigen bestaan in het geding is, dan gaat dat voor. Dan heb je geen ruimte om je druk te maken over wat er buiten gebeurt. Maar als je wel de ruimte hebt om keuzes te maken? Veel van de dingen waarover we ons zorgen maken, vallen buiten onze invloedssfeer. Hier kunnen we wel een verschil maken. Hier kunnen we wat aan doen. 

Wat vind je belangrijk?

Het derde type bezwaren is deels praktisch, deels heeft het te maken met het verwachtingspatroon. Op de praktische vragen moet je natuurlijk een antwoord hebben. Het is handig te weten waar gifvrije bloemen te koop zijn. Het prijsverschil hoeft niet groot te zijn, maar je moet de spotgoedkope bloemen zeker links laten liggen. Misschien kan je beter minder vaak goede bloemen kopen dan vaker een gifboeket. Misschien liever om de week een boeket van € 20 dan wekelijks een van € 10. En neem het verwachtingspatroon. Bloemen zijn een natuurproduct, niet het hele jaar beschikbaar, sommige staan minstens zo lang als fout gekweekte bloemen, anderen staan korter. Ja, dat is zo. De vraag is wat je belangrijk vindt. 

Wat ik doe, heeft invloed

Dat brengt ons bij het vierde punt: heeft het zin wat we doen? Het antwoord heeft twee kanten. Nee, in mijn eentje kan ik de wereld niet veranderen. Als ik niet meer regelmatig een bos bloemen koop, dan ligt geen bloemist, kweker of giffabrikant daar wakker van.  Er wordt geen druppel gif minder om gespoten. En toch heeft wat ik doe invloed. Als ik het maar lang genoeg volhoudt en vooral als ik anderen mee kan krijgen. Als ik regelmatig bij de bloemist vraag om gifvrije of biologische bloemen, dan kan er wat veranderen. Zeker als we het met elkaar doen. Vraagt niemand om gifvrije bloemen, dan koopt de bloemist geen biologische bloemen in. Dan blijft de teler ermee zitten. Maar als genoeg mensen erom vragen, koopt de bloemist ze in en kan de teler ze kweken. De vraag verschuift dan, van bloemen met gif naar biologische bloemen, van kwekers met de gifspuit naar biologische kwekers, van bloemisten met gifboeketten naar bloemisten met biologische boeketten. 

Deze argumenten overtuigen vast niet iedereen, natuurlijk niet. De vraag gaat iets verder. Heeft het zin om het goede te doen? Willen we iemand zijn die, tegen beter weten in, keuzes maakt die schadelijk zijn, voor mens en milieu? Als je het eenmaal weet, kan je dan nog anders?

Boudewijn Hogeboom