Het lijkt al een halve eeuw geleden. Tijdens Pasen vierde we vakantie, in een leuk huisje bij een pittoresk dorpje aan de Zeeuwse kust. We bezochten de Paasdienst in het charmante oude kerkje, met een ranke, hoge toren, op een brink, omringd door lage huisjes en een Anton Pieck-achtig bakkertje met heerlijke bolussen.
Na een lichtvoetige, bemoedigende dienst met mooie liederen kregen we bij de uitgang een gele, bloeiende narcis mee. Ik zie ons er nog mee lopen, een beetje confuus, zoiets waren we toen helemaal niet gewend.
Traditie
Nu is het op vele plekken een routine, nee, dat klinkt banaal, een traditie geworden. Net als een paaseitje bij het ontbijt, het eieren zoeken in de Angelsaksische traditie en wat wereldser, de Paashaas. Na afloop van de dienst krijgt iedereen een narcis mee. Symbool van de overwinning op de dood, teken van nieuw leven.
Verdedigen tegen indringers
Narcisbollen maken zelf al een gifstof aan, waarmee ze zich verdedigen tegen ongewenste indringers. Maar toch kunnen ook narcissen last krijgen van bijvoorbeeld schimmels, wortelrot, zachtrot en larven van de narcisvlieg. Deze zijn te bestrijden met chemische bestrijdingsmiddelen, gifstoffen dus. Sommige, zoals Rizolex, zijn langdurig zeer giftig voor in het waterleven. Daarom mogen ze niet aan consumenten worden verkocht. Alleen professionele kwekers mogen ze gebruiken. Gelukkig zijn narcissen ook goed biologisch te kweken. Het vraagt meer zorg, meer aandacht, meer vakmanschap en kan dus een andere prijs hebben.
Hoe is dat bij jou? Geeft jouw kerk narcissen mee en zo ja, ga je op zoek naar biologische narcissen? Of kweek je ze zelf uit biologische bollen? Laat het ons weten.
